Open brief aan de Eerste Kamer – Haal de uitkomstdrempel uit de grondwetswijziging voor het bindend referendum! | Meer Democratie

Open brief aan de Eerste Kamer – Haal de uitkomstdrempel uit de grondwetswijziging voor het bindend referendum!

Vandaag stuurden we onderstaande open brief aan de leden van de Eerste Kamer.

 

Amsterdam, 11 januari 2021

 

Geachte leden van de Eerste Kamer,

Deze open brief sturen we u mede namens bijna 5.000 Nederlanders, die een oproep hiervoor hebben ondertekend.

Binnenkort besluit u als lid van de Eerste Kamer over de invoering van het bindende correctieve referendum. Wij zijn blij dat invoering van het referendum opnieuw op de agenda staat. In het eindrapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel is uitgebreid betoogd waarom het bindende correctieve referendum een belangrijke bijdrage vormt aan een goede werking van de democratie. 

Echter, de goede werking van referenda staat of valt met de spelregels. En hier is in de Tweede Kamer iets grondig misgegaan. Op het laatste moment is een zeer hoge uitkomstdrempel voor een geldige referendumuitslag in de grondwetswijziging ingevoegd: het aantal nee-stemmers bij een referendum moet gelijk zijn aan minimaal de helft van de opkomst van de laatste Kamerverkiezingen (ofwel momenteel 41% van alle kiesgerechtigden).

Nederland zou hiermee wereldwijd één van de hoogste drempel voor geldige referenda krijgen. Deze drempel gaat – zoals we hieronder betogen - uit van onjuiste veronderstellingen en onrealistische verwachtingen. Het zal bij de meeste referenda tot een ongeldige uitslag leiden en doet de positieve effecten van het referendum teniet. Sterker, het steeds weer ongeldig verklaren van referenda heeft een averechts effect omdat het zorgt voor teleurstelling en cynisme bij veel kiezers. 

Ook hoort de hoogte van een uitkomstdrempel niet in de grondwet thuis, maar in uitvoeringswetgeving. Daarom roepen we u op om ervoor te zorgen dat de uitkomstdrempel uit de grondwetswijziging wordt gehaald. U heeft daarvoor de middelen.

Een onrealistisch hoge eis aan referenda

Deze uitkomstdrempel’ zorgt ervoor dat een opkomst van wel 60 of 70 procent nodig is om een referendum geldig te laten zijn. Een rekensom laat zien dat als bij een referendum bijvoorbeeld 60% tegen stemt, de opkomst bijna 70% moet zijn: anders is het aantal nee-stemmers lager dan 41% van alle kiesgerechtigden. 

Alle 3 gehouden nationale referenda in Nederland zouden bij deze drempel ongeldig zijn verklaard, zelfs het Europese grondwetsreferendum uit 2005 waarbij de opkomst tientallen procenten hoger was als bij de Europese verkiezingen.

Een internationale vergelijking komt tot soorgelijke conclusies. Hoogleraar Tom van der Meer keek naar alle nationale referenda die sinds 1995 in andere Westerse staten zijn gehouden en die lijken op het type dat nu voor Nederland wordt voorgesteld. Zijn conclusie: van de 17 zouden er slechts 2 geldig zijn verklaard bij de nu voorgestelde uitkomstdrempel. 
Daarbij is deze hoge uitkomstdrempel helemaal niet nodig om representativiteit te garanderen. Uit Zwitsers onderzoek – aangehaald door de Staatscommissie Parlementair Stelsel – blijkt dat referenda daar al vanaf een opkomst van pakweg 25% representatief zijn voor de opvattingen van de hele bevolking.

Vergelijking met de verkiezingen

Het is logisch dat de opkomst bij referenda lager is dan bij de verkiezingen. Verkiezingen gaan over alle mogelijke thema’s en wie voor 4 jaar lang de macht uitoefent, terwijl een referendum over slechts één onderwerp gaat.

Maar toch komt de uitkomstdrempel erop neer dat een veel hogere opkomst wordt geëist voor referenda dan bij bijna alle verkiezingen in Nederland. Bij de gemeentelijke, provinciale, Europese en waterschapsverkiezingen ligt de opkomst typisch tussen de 30 en 50 procent. Als de bevolking met zo’n opkomst een legitieme volksvertegenwoordiging kan kiezen die 4 jaar lang over alle mogelijke onderwerpen mag beslissen, waarom mag de bevolking dan niet ook met zo’n opkomst over één afgebakend onderwerp besluiten via een referendum? 

De gedachte achter de eis dat het aantal nee-stemmers bij een referendum minimaal gelijk moet zijn de helft van de opkomst bij de laatste Kamerverkiezingen, lijkt bovendien te zijn dat een Kamermeerderheid alleen overruled kan worden door een meerderheid van diegenen die op haar gestemd hebben. De veronderstelling is kennelijk dat elk besluit van een Kamermeerderheid automatisch wordt gesteund door een meerderheid van de kiezers. Dat is een illusie. Kiezers stemmen op een partij vanwege de algemene richting, enkele speerpunten of het vertrouwen in haar leider, maar uit niets blijkt dat een kiezer op een partij automatisch elk besluit van die partij steunt.

Sterker, uit het halen van de – ongetwijfeld forse – handtekeningendrempel blijkt dat er gerede twijfel is of het parlement op het betreffende onderwerp nog wel representatief handelt. Door het halen van de handtekeningendrempel keert het mandaat van de volksvertegenwoordiging terug naar de burgers, en die nemen vervolgens het besluit.

Geen positieve effecten, maar meer cynisme

Het referendum heeft veel positieve effecten. Het noodzaakt politici bij de les te blijven: ze moeten actief voor draagvlak zorgen en signalen uit de samenleving vroegtijdig oppikken. Het zorgt voor besluitvorming die door de burgers als eerlijk en rechtvaardig wordt ervaren, ook door de meeste verliezers (want we weten dat de meeste mensen uitkomsten accepteren als ze de procedure eerlijk achten). Het kan het vertrouwen in de democratie terugbrengen onder groepen die zich nu slecht vertegenwoordigd voelen, zoals niet-academisch geschoolden.

Maar die effecten worden door de torenhoge uitkomstdrempel teniet gedaan. Hij verleidt politici tot de houding dat ze een referendum toch wel zullen winnen. Het geeft hen een prikkel om weerstand niet serieus te nemen en het publieke debat te ontduiken. Het steeds weer ongeldig verklaren van referenda heeft een averechts effect, namelijk teleurstelling en cynisme onder grote groepen kiezers. Zij begrijpen niet waarom ze wel met 30 procent opkomst hun Europese volksvertegenwoordigers kunnen aanwijzen, maar niet per referendum besluiten.

Drempel hoort niet in de grondwet

De hoogte van zo’n drempel hoort niet in de  grondwet thuis, maar in uitvoeringswetgeving. Net zoals de hoogte van de maximum snelheid niet in de grondwet thuis hoort. Door zo’n drempel in de grondwet op te nemen, wordt hij in steen gebeiteld en wordt het uiterst moeilijk de drempel later nog aan te passen als de praktijk laat zien dat hij niet werkt.

De leden van de Eerste Kamer zijn de hoeders van de grondwet en de kwaliteit van wetgeving. U heeft de middelen om de torenhoge uitkomstdrempel uit de grondwetswijziging te halen. Wij roepen u met kracht op om dat te doen. 

Wij wensen u moed en wijsheid bij uw beslissing!

Met vriendelijke groeten,
namens Meer Democratie

Niesco Dubbelboer
Arjen Nijeboer
Sasha Trifkovic
 

 

randomness