Wetenschappers kraken torenhoge uitkomstdrempel bij bindend referendum | Meer Democratie

Wetenschappers kraken torenhoge uitkomstdrempel bij bindend referendum

De Eerste Kamer – die binnenkort over de invoering van het bindend referendum beslist – vroeg drie wetenschappers om advies over de torenhoge uitkomstdrempel die in het voorstel is ingebouwd. Alle drie zijn ze glashelder: de uitkomstdrempel is zo hoog dat verreweg de meeste referenda ongeldig zullen worden verklaard, waardoor het referendum zijn positieve effecten niet kan uitoefenen. Bovendien hoort zo’n uitkomstdrempel niet in de grondwet thuis. Zij ondersteunen daarmee het pleidooi van Meer Democratie om de grondwetswijziging aan te passen.
 

In de oorspronkelijke grondwetswijziging, ingediend door Kamerlid Ronald van Raak, was wel het principe van de uitkomstdrempel opgenomen, maar niet de hoogte. Door een amendement van de ChristenUnie is nu in de grondwet opgenomen dat referenda pas geldig zijn als de meerderheid die tegen stemt, tegelijk ook minimaal de helft van de opkomst van de laatste Kamerverkiezingen (nu: 82%) omvat. Als 60% dus tegen een wet stemt, dan moet de opkomst bijna 70% bedragen om ervoor te zorgen dat er genoeg tegenstemmers zijn (namelijk 41% van het totale electoraat). 
 
Hoogste drempel ter wereld
 
De wetenschappers – Tom van der Meer, Frank Hendriks en Kristof Jakobs - wijzen erop dat de voorgestelde uitkomstdrempel tot de hoogste ter wereld behoort. Hierdoor wordt voor referenda in feite een veel hogere opkomst geëist dan bij bijna alle verkiezingen in Nederland – alle verkiezingen behalve de Tweede-Kamerverkiezingen – wordt gehaald. Niet alleen de referenda over het Oekraine-verdrag (2016) en de sleepwet (2017) zouden bij deze drempel ongeldig zijn verklaard, maar zelfs ook het referendum over de Europese Grondwet uit 2005. Terwijl bij dat laatste referendum de opkomst bijna 2 keer zo hoog was als bij voorgaande Europese Parlementsverkiezingen. 
 
Een internationale vergelijking komt tot dezelfde conclusies. Tom van der Meer bekeek alle nationale referenda van hetzelfde type als het Nederlandse, die sinds 1995 in andere Westerse staten zijn gehouden en concludeert dat het overgrote deel ongeldig zou zijn verklaard onder de Nederlandse uitkomstdrempel. 
 
Positieve functies uitgeschakeld
 
Door deze drempel kan het referendum niet de positieve effecten hebben waar het voor is ingevoerd. Het correctief referendum is bedoeld als noodrem voor burgers om het parlement waar nodig terug te kunnen fluiten, en burgers zo meer greep op en vertrouwen in de politiek te geven. Door de dreiging van het referendum zou het parlement harder moeten werken aan draagvlak en signalen uit de samenleving eerder moeten oppikken. Die functies vervallen als een referendum nooit gewonnen kan worden. Sterker, referenda die steeds opnieuw ongeldig worden verklaard leiden eerder tot wantrouwen en cynisme onder de bevolking.
 
Onnodig voor representativiteit
 
De wetenschappers wijzen er daarbij op dat een hoge uitkomstdrempel niet nodig is. Uit Zwitsers onderzoek, waarbij de uitkomsten van referenda werden vergeleken met uitkomsten van opinie-onderzoek waar ook niet-stemmers bij inbegrepen waren, blijkt dat de representativiteit van referenda nauwelijks wordt beïnvloed door de hoogte van de opkomst. Vanaf een opkomst van zo’n 25 procent kunnen referenda representatief worden geacht voor de hele bevolking.  
 
Verder betogen de wetenschappers dat de precieze hoogte niet in de grondwet thuishoort, omdat de drempel daardoor in beton gegoten wordt en hij slechts met grote moeite kan worden veranderd als in de praktijk blijkt dat hij niet werkt.
 
Lees de volledige adviezen hier: